Opnieuw een preek. Deze keer van de 1e Paasdg. Hierna is het voorlopig even stil hoor maar omdat we er eentje van het Lijden hadden wilde ik toch ook graag een van Pasne hebben. Het gedicht wat hier onderkomt hoort bij de preek. Fijne aandacht toegewenst klaske
DE LEVENDE
Zicht op de Levende
Omdat er geen dood meer is.
Zicht op Hem
Omdat Hij niet dood meer is.
Zicht op Jezus
Omdat er in Hem leven is.
Klaske, 28 maart 2008.
1e Paasdag: Lukas 23:54-24:12.
Gemeente,
Als iemand de kerk uitgaat zoals die erin gekomen is, dan vinden wij dat doorgaans maar een slecht teken. Dat je in – laten we maar zeggen – 1 ½ uur - dat je in de kerk zit, helemaal niets maar dan ook echt niets verandert en bij je gebeurd is. Want gemeente, ik weet niet hoe u dat beleeft, maar in elke dienst gebeurt er wel wat. De prediking doet iets met je. En als de preek “eens wat minder” is, dan zijn het soms de Psalmen die wat met je doen, of de sacramenten en de gebeden. Ik hoop tenminste gemeente, dat het voor u en voor jou ook zo mag zijn. Dat je als je de kerk uitgaat, er altijd anders uitgaat dan dat je er in gekomen bent. Ook op deze 1e Paasdag. Dat kan bijvoorbeeld als je de kerk uitgaat en zegt: “Ik heb veel meer ontvangen dan ik eigenlijk verwacht of gehoopt had. Van tevoren had ik er niet zoveel verwachtingen van; maar wat ben ik daarin beschaamd.” Je kunt verrast worden door het Woord van God. Maar je kunt natuurlijk ook de kerk uitgaan, anders dan je erin gekomen bent, omdat je door het Woord van God aangepakt werd. Dat God een masker van je af heeft gerukt. En daarom gemeente, het is waar dat je niet altijd blij de kerk uit hoeft te gaan. En dat het dan pas goed is. Maar je kan ook verslagen de kerk uitgaan. Ontdekt. Ook dan ga je er anders uit dan je er in bent gekomen. En dat is een zegen. Zullen we dat vasthouden ook? En daarom bidden dat ik anders de kerk mag uitgaan dan ik erin kwam.
Als we kijken naar de vrouwen in Jeruzalem in Lukas 24, dan kun je moeilijk van een kerkgang spreken. Eerder over een kerkergang. Zij zijn immers op weg niet naar de kerk, maar naar de kerker, naar een graf. Het graf van hun lieve Heere Jezus Christus waar ze hem begraven hebben. Op de eerste dag der week. Als het begint te lichten op de vroege morgenstond. Maar gemeente, u zou eigenlijk in gedachten vers 1 en vers 9 naast elkaar moeten leggen.
“1. En ook de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgenstond, gingen ze naar het graf, dragende de specerijen die ze bereid hadden, en sommigen met haar.” “9. En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven en aan al de anderen.”
Hoe ze van huis gegaan zijn en hoe ze thuiskomen. Hoe ze het graf in gaan en hoe ze eruit komen. Je ziet gelijk het contrast he. Ze meenden een dode Jezus te vinden maar ze vinden een levende. Bedroefd gaan ze van huis maar vertroost komen ze thuis. Ze gaan met boodschappen naar het graf en ze komen met de Boodschap terug. Dat is een wonder toch. Wonder van Pasen. Dat je naar de kerk gaat om aan een gestorven Heere Jezus te denken en dat je met een levende thuis kan komen. Dat is Pasen gemeente laten wij eens heel even op die vrouwen letten. Is het hun kwalijk te nemen dat ze op deze wijze naar het graf gaan? Dat ze naar het graf gaan om het lichaam van hun dode Jezus te balzemen? En hun laatste eer te bewijzen? En bovendien gemeente is het deze vrouwen aan te rekenen dat ze niet hebben gerekend op de opstanding. Als wij iemand begraven hebben en we gaan een week later naar het graf reken wij er toch ook niet op dat die persoon zal zijn opgestaan. Ps 89 zingt toch ook: “Wie red zijn ziel van het graf”. Hoe vaak hebben ook die vrouwen in Jeruzalem al niet bij een graf gestaan en dat ze in zekere zin ook zullen hebben gezegd, toen de steen voor het graf gerold werd:”Nu is het voorbij”. Is er ooit iemand terug gekomen uit het graf. Ja Lazarus maar toen leefde Jezus nog. En nu leeft Jezus zelf niet meer. Is het hun aan te rekenen gemeente dat ze denken ja wie kan Jezus nog levend maken? De andere kant gemeente. En als u het GZB boekje hebt gelezen vanmorgen dan hebt u dat ook gezien dat je getroffen word door de liefde waarmee deze vrouwen gaan. Want de discipelen die zie je hier niet. Die zijn in geen velden of wegen te bekennen. En de schare die Jezus altijd omringd hebben die zien we ook niet. Alleen die vrouwen. Waarom gaan die vrouwen naar het graf omdat ze de Heere Jezus zo lief hebben. Al is Hij dan een dode Jezus toch hebben ze liefde voor Hem. En zorgen ze voor Hem uit liefde. Zo vroeg als het dag is. Uit liefde naar het graf toe. Ga maar eens na gemeente of die liefde ook in ons of jouw/uw hart leeft. De liefde tot de Heiland. Die wij vrijdag hebben zien sterven aan het kruis. En zo er wel heen zouden willen gaan om Hem alles te willen geven. Uit eerbewijs. Uit liefde. Maar……… en dat zeggen wij wel eens tegen de jongelui die verkering krijgen of zo. Liefde is ook blind. Ook deze liefde is blind gemeente. Al hebben ze de Heere Jezus lief het is een blinde liefde omdat ze blindelings naar het graf lopen. En in de verste verte niet rekenen op een open graf een leef graf. Ze rekenen niet op engelen ze rekenen niet op opstanding. Wat ze dan ook bij het graf aantreffen: ”Jezus niet”.
Op dat moment begint de engel te spreken. Gemeente als de engel zegt: “Wat zoekt gij de Levende bij de doden?” dan klinkt dat in de eerste plaats toch als een soort verwijt. Je ziet in vers 4 - “En het geschiedde als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.”- dat als ze dat open graf zien, dat lege graf, ze twijfelmoedig worden. Vers 5 is eigenlijk iets sterker, dan worden ze bevreesd. “En als ze zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden ze tot haar: ‘Wat zoekt gij de Levende bij de doden?’” Die liefde wordt geschokt. Ze zochten Hem en vonden hem niet gemeente. De bruid in het Hooglied. Waar is hij? Vertel het mij! Zo staan ze daar, verweerd en verdwaasd te kijken. In een leeg graf klinken de woorden van de engel in de eerste plaats niet als een verwijt, als een terechtwijzing. “Wat zoekt gij de Levende bij de doden?” Zoek je Jezus hier? Hoe kom je erbij om Jezus hier te zoeken. Uitgerekend op deze plek. En weet je dan niet meer wat Hij gezegd heeft tot driemaal toe? Ook in jullie bijzijn. Dat Hij zou lijden, sterven, maar ook weer opstaan op de derde dag. Als jullie aan Zijn Woord hadden vastgehouden, hoefde je niet zo bevreesd te staan. We hadden u hier wel verwacht, maar dan om het wonder van de opstanding te aanbidden. Wat zoekt u de Levende bij de doden? Gemeente, daar krijgen de vrouwen toch een belangrijke les. En wij niet minder; een hele wezenlijke les voor het geloofsleven.
Wat doet die engel eigenlijk met die vrouwen? Als je doorleest in vers 6 – “Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was.” – het eerste dat die engel doet is die vrouwen terugwijzen op het Woord dat Christus gesproken heeft. Weet gij het niet meer? Dat is heel kenmerkend werk van de Heilige Geest gemeente. Hij werpt ons terug in het Woord. Alsof die engelen tegen die vrouwen zeggen (jongens en meisjes): “Als jullie de Bijbel nu goed hadden gelezen, had je hier vanmorgen niet gestaan. Als je nu goed je Bijbel had gelezen, en onthouden had, had je geweten dat Jezus vanmorgen zou opstaan. En als je het Woord van God nou serieus had genomen, had je hier niet gestaan. Alsof er iets vreemd gebeurd was.”
Gemeente, als we heel eerlijk zijn dan staan wij er in ons leven ook net wel eens zo bij als die vrouwen. Dan raken we in een situatie beland dat we eigenlijk net zo kijken als die vrouwen. Wat is hier aan de hand, geestelijk? We hebben talloze vragen. “Heere, hoe kan dat nou, hoe zit dat nou, ik begrijp het niet.” De Heere brengt je in een situatie of op een weg waarvan je zegt: “Ja Heere, dan snap ik niet. Ik dacht dat U ……” En vul het maar in. En gemeente, dan gebeurt er iets totaal anders dan dat wij verwacht hadden. En dan staan we net als de vrouwen erbij, dan lopen we vast. We twijfelen en we worden soms bevreesd. En als God het niet verhoedt zak je in het ongeloof weg. Gemeente hoe vaak moet de Heere ook niet tegen u tegen jouw en tegen mij zeggen:”Maar je wist het toch. De dingen die nu gebeuren kun je toch in de Bijbel al lezen? Je weet toch dat Mijn Gedachten toch niet uw gedachten zijn”? “En Mijn wegen niet uw wegen”. Om een voorbeeld te geven gemeente. Dat is meer in de actualiteit. Wij beleven hele spannende jaren denk ik als het gaat om de opkomst van de Islam in ons land en in de wereld. En nu heel die commotie rond die film van Wilders. En dan denk j wat gaat er allemaal gebeuren ook met de Christelijke kerk in de wereld en in ons land. En we houden ons hart vast en als je nauw rekent naar 10 jaar geleden dan zie je al een enorme ontwikkeling. En we houden ons hart soms vast. En we zeggen Heere maar dat gaat toch niet goed. En de Heere zegt:”Als je nauw de Bijbel gelezen had had je geweten dat deze dingen al lang voorzegt zijn”. Dat is de laatste dagen: “deze dingen al zo moeten zijn”. Dat geld dus voor het wereld geberuen. Dat geld ook voor ons persoonlijk leven gemeente.
Dat de Heere altijd tegen ons kan zeggen. “Ga maar lezen in de Bijbel, lees maar in het Woord, wat staat er”. Er zijn mensen die denken dat als je geloofd dan overkomt je geen kwaad. En overkomt hen dus wel wat dan zijn ze helemaal van slag. En de Heere zegt wat staat er nauw in het Woord. “Vele zijn de tegenspoeden van de rechtvaardige”. Staat er niet geschreven: ” Heb Ik het u niet gezegd”. Gemeente dat doet de Heere altijd dat moet Hij ook doen. Ons terug werpen in het Woord. Er is geschreven er is gezegd. Mag ik het dan heel persoonlijk maken ( ik kom daar straks nog wel even op terug) ook die hele diepe twijfels aangaande je eigen zaligheid. Heere is het wel waar? Is het wel genoeg? Wat staat er nauw. “Heb Ik niet geschreven Wie de Zoon geloofd heeft het eeuwige leven”. Staat er niet geschreven:” Al waren uw zonden als scharlaken Ik zal ze wit maken als sneeuw”. Het staat er toch, lees maar. En daaraan moet een kinderlijk geloof toch ook genoeg hebben. Al heb je daar je leven lang aan te oefenen net als deze vrouwen. Maar let er maar eens op in uw leven dat geven we elkaar mee als een les vanmorgen. Hoe dichter wij bij het Woord leven hoe vaker we onze Bijbel opendoen bij de situatie in ons leven deze wereld meer de Heere ons uit dat Woord ook zal bevestigen. Ik heb het zelf uit Zijne Mond gehoord. Dat was voor de dichter van Psalm 56 de doorslag. Gemeente bij alles wat u bezig houdt misschien ook vandaag wel bezig houdt. Zegt de Heere ga nu niet zelf aan het denken en aan het twijfelen ga maar lezen. Zoek maar in het Woord je zult het vinden. Ook deze vrouwen worden in het Woord terug geworpen. En dat is genade van de Heere. En je ziet bij de vrouwen als het ware ook dat ze zeggen zo van: “Hij heeft het gezegd.” Dat je in het Bijbellezen bevestigd wordt en zegt: “Ja Heere, het stond er. Nu weet ik het weer.” Het geheugen wordt opgefrist. En daarin wordt de weg van deze vrouwen vastgemaakt.
Ik trek even een zijspoortje. Een andere les eruit. Want dat is ook wel heel vertroostend. De Heere Jezus heeft een poosje geleden tegen deze vrouwen van Zijn opstanding gesproken en het lijkt dus wel alsof het het ene oor is ingegaan en het andere oor uit. Nou ik denk dat we allemaal van die mensen zijn die soms preken horen en catechisatie krijgen, Bijbellezing en het gaat het ene oor in en het andere oor weer uit. Dat vraagt u zich ook wel eens af met de kinderen die in de kerk zitten. Die kinderen draaien maar want die horen vast niets. Of je hebt je kinderen opgevoed en je denkt: “Dat Woord is weg in hun leven, dat is weggewaaid met de wind. Wordt dat nog ooit wat?” En nou zie je hier gemeente dat als de engel die vrouwen aan het Woord herinnert, dan komt het tot leven. En hoe vaak gebeurt het in een mensenleven ook niet met de boodschap van het Woord, van een preek? Maar dat kan ook dat u als vader of moeder tegen uw kinderen hebt gezegd - waarvan u dacht: “Dat hebben ze al lang vergeten, daar hebben ze al lang afscheid van genomen.” Dat de Heere het zomaar in herinnering kan brengen. Misschien hebt u dat zelf ook wel eens gehad dat er een moment kwam dat u zei: “O ja, nu weet ik het weer wat vader zei. Nou weet ik weer wat die dominee vroeger op catechisatie bedoelde. Net als die verloren zoon die ook op een bepaald moment tot het inzicht kwam dat hij woorden van zijn vader ter harte had moeten nemen. Nu begrijp ik waarom de meester ons op school ons dat zo op het hart bond.“ Zijn er in uw of jouw leven gemeente, van die woorden waaraan die vandaag weer herinnerd zou moeten worden. Misschien vanmiddag in de belijdenisdienst. Dat u zegt: “O, ik heb ooit een jawoord gegeven, ik heb ooit ook een tekst gehad met belijdenis doen. Maar die tekst heb ik vergeten, heb ik weggelegd.” Zijn er dingen gemeente, die de Heere u en jou en mij in herinnering moet brengen? Dat we zeggen: “O ja, dat is waar ook!” En dat we ze gaan begrijpen, gaan beamen. Wat een zegen hè, als dat Woord van God later nog zo tot ontkieming komt in je leven. Als de heilige Geest de herinnering levend maakt. En dat we zeggen: “Ja Heere, U hebt gelijk. Als een schaap heb ik gedwaald in het rond dat onbedacht zijn herder en zijn woorden heeft verloren. ” Nou dat is het eerste.
Ja in die woorden van de engel zit een verwijt, een liefdevol verwijt. Tegelijkertijd gemeente ook een correctie. Want dat die vrouwen Jezus zoeken is goed. Alleen ze zoeken Hem op de verkeerde plek. Wat zoekt hij de levenden bij de doden. Heb je weer zo’n punt. Kun je veel van leren gemeente. Die vrouwen zoeken Jezus. Zoekt u Jezus ook? Jongens en meisjes zoeken jullie de Heere Jezus. Dat je echt zoekt om Hem te kunnen vinden. Dat is mooi hoor. Dat is ook groot hoor als je de Heere Jezus mag zoeken. Dat zegt Hij ook. Die Mij vroeg zoeken zullen mij vinden. En dat is groot gemeente omdat heel veel mensen de Heere Jezus helemaal niet zoeken. Ook kerkmensen niet. Mensen zoeken soms wel kerkmensen ook wel. Maar zoeken we altijd naar Jezus. Want gemeente misschien dat er iemand is die zichzelf zoekt. Die ruimte voor zichzelf zoekt en vrijheid voor zichzelf. En misschien wel macht voor zichzelf. Want een ander zoekt naar een bevrediging van een soort religieus gevoel. Maar gemeente nauw moeten we niet iets gaan zoeken maar Iemand gaan zoeken. Geloven is geen houding is geen gedachte. Geloven is een relatie. Geloven is op zoek gaan. Naar de Heere Jezus naar Zijn Vader naar zijn Heilige Geest. Gemeente we moeten Jezus zoeken. Want wie Hem vindt, vindt het leven. En wie Hem niet vind wie Hem dus ook niet zoekt die vindt het leven ook niet. We moeten de Heere Jezus zoeken. Gemeente we moeten samen gaan zoeken naar de Heere Jezus ook als we dat nog nooit gedaan hebben. En de grote vraag is ook vanuit het Paasevangelie . “En waar zoeken wij Hem dan?” want je kunt ook op de verkeerde plek zoeken. En als je Hem op de verkeerde plek zoekt dan vind je Hem ook niet. Er zijn mensen die zoeken God in hun gevoel, in hun ervaring. Dan zoek je ten diepste in jezelf. En soms ervaar je iets en soms ervaar je niets. Daar zullen we vanmiddag nog naarder bij stil staan. En duizenden mensen trekken dan ook de conclusie: “ Ik ervaar God dus niet dus vind ik Hem ook niet”. Gemeente anderen zoeken Jezus in een andere religie. Dat doen wij natuurlijk niet. Nemen we van elkaar aan. Maar misschien zijn er mensen die Jezus zoeken met hun verstand. Die eigenlijk alleen maar rationeel op zoel zijn naar het begrip van dingen rondom de Heere Jezus en als ik Hem maar begrijpen kon dan heb ik Hem gevonden. Dan zoek je Jezus in je verstand.
Misschien is er iemand vanmorgen in de kerk die zegt ik heb eigenlijk de Heere Jezus al een hele poos gezocht ik heb Hem nooit gevonden. Vraagt u zich wel eens af gemeente of u op de goede plek gezocht hebt. En of u Hem daarom misschien nooit gevonden hebt. Laat ik maar even en de kerktelefoon luisteraars kunnen dat niet zien maar dan wijs ik even naar mij hart dat ik Jezus altijd hier gezocht heb. Of dat ik Jezus en dan wijs ik naar mijn verstand dat ik Jezus hier gezocht heb. Er zijn ook mensen die misschien zoeken in de wereld in het wereld gebeuren. Nooit gevonden. Als wij Jezus hebben gezocht maar nog nooit gevonden. Gemeente dan moeten wij ons bezinnen op de plaats waar wij Hem hebben gezocht. Weet u wat wij van morgen leren wat de hele Schrift ons ook leert: “Wij moeten Hem zoeken in het Woord, nergens anders want de schriften zijn het die van Hem getuigen”. De Schrift is als het ware de plaats waar Hij zich verborgen houdt, maar waar Hij zich ook openbaard aan ons. En zich bekend makt. Een Woord wat in ons leven geloofd wil worden en beaamd wil worden. Een Woord wat de Heilige Geest opent en we zeggen, Heere nauw vind ik U daar. Tussen de regels in de Woorden in het Woord. En het verstand komt dan ook wel mee en het gevoel komt dan ook wel mee. En het word geheiligd. Gemeente als u Jezus zoekt zoek Hem dan in het Woord. In de belofte van het evangelie. Die zwart op wit staat. Ontwijfelbaar, lees maar in de Bijbel wat er staat over de Heere Jezus. Wat hij daar aan je belooft. Hoe Hij zich openbaard. Wie Hem in het Woord zoekt zal Hem daar ook vinden. Ik heb het zelf uit Zijne Mond gehoord. En wie de Schrift open doet gemeente ziet de mond van God open gaan. En de woorden van Eeuwig leven tot hem komen. Woorden die leven wekken en die leven versterken. Gemeente zoek Hem maar in het Woord. Elke dag opnieuw. En zo komen we al dichter bij de kern van Pasen. Wat zoekt gij de levenden bij de doden.
Gemeente zou het de vrouwen opgevallen zijn dat de engel het heeft over de levenden. De engel zegt niet wat zoekt u Jezus bij de doden, of wat zoekt u de Rabbi bij de doden. Of uw meester bij de doden. De levenden. Daar in klinkt en eigenlijk de verkondiging al door dat Hij niet dood is maar leeft. We hoeven niet eens te zeggen dat Hij opgestaan is want ze noemen Hem de levenden. Hij is opgestaan en Hij leeft. Hij is sterker dan de dood. Hij is sterker dan het graf. Hij is sterker dan de zonde. Hij heeft alles overwonnen. De engel zegt in feite tegen de vrouwen. Lieve vrouwen u hebt geen dode Jezus maar weet u wel dat u een levende hebt. Dat is de boodschap van Pasen. Jongens en meisjes Hij leeft. Korter kun je het niet zeggen langer hoef je het niet te zeggen. Pasen betekent Hij leeft. Na alles wat er gebeurd is. Na Gabbatha Gethsemané en Golgotha mag verkondigd worden Hij is de levenden uit de doden. Misschien hebt u het gehoord bij de groet aan het begin van deze dienst. De eersteling van degenen die ontslapen is. Hij leeft. En Hij zegt het tegen de gemeente. Ik ben de eerste en de laatste. En die leeft. En Ik ben dood geweest en ziet Ik ben levend in alle Eeuwigheid. Een machtig bewijs van Zijn Godheid, Zijn Goddelijke Kracht. Dat Hij uit de doden is opgestaan. Hij is de Levende, laat die Naam eens op u inwerken vanmorgen. De Levende. We hebben de geloofsbelijdenis. Ik geloof in God de almachtige Vader.
Als je het nauw eens heel kort zou maken en vanmorgen zou zeggen. “Ik geloof in de levende”. Wat heeft dat ons te zeggen. Ik wil 2 lijnen met u trekken gemeente. In de eerste plaats staan we er als kerk ik bedoel de kerk dan ook in zijn breedste verbanden, staan we er als kerk een kleine staan we er als gemeente vaak genoeg bij stil, dat Jezus anno 2008 nog steeds de levende is. Ik bedoel gemeente, dragen wij voor de wereld soms niet het beeld uit – de gedachte uit - van de Jezus die dood is? Kijk, in een kerk mag veel gesproken worden over een Christus die gestorven is. Moeten we ook blijven doen gemeente. Daar ligt het hart van het geloof. Het fundament van de zaligheid. Dat zou ook nog veel meer mogen doorklinken om in dit leven het werk van de kerk en van de gemeente – dat wij een gestorven Heiland belijden. Die Zijn dierbaar bloed gaf tot een volkomen verzoening van al onze zonden. En we mogen de wereld het ook laten weten: wij geloven in Jezus
Die ook voor ons gekruisigd is. Maar gemeente zou de wereld soms niet denken als je kijkt naar de kerk, dat Jezus nog steeds in het graf ligt? En dat de gemeente niet met een bruidssluier maar met een rouwsluier door de wereld gaat? Gemeente dat wij ook Gods kerk soms leven alsof er geen levende heiland is. Maar dat we hooguit een dode Heiland hebben. En dat we niet geloven in een levende God Drie-enig. Gemeente, als ik het Paasevangelie lees, elk jaar weer, dan denk ik dat weleens. Wat schieten wij daarin tekort! Leven wij nou echt gemeente persoonlijk en als kerk, leven wij nou echt op een wijze dat anderen kunnen merken dat Jezus ook leeft? Doen we vaak niet alsof Jezus helemaal niet meer leeft? En dat we net als de vrouwen met een terneergeslagen hoofd door de wereld gaan en de moed soms nagenoeg hebben laten zakken? Dat we Jezus wel liefhebben net als de vrouwen, en veel voor Hem overhebben maar ons zo weinig realiseren dat Hioj leeft. Is de kerk daarom zo somber soms in de wereld, zo hopeloos? Omdat we niet durven te getuigen van een levende Heiland? En omdat we als kerk sosm ook alleen maar met sombere scenario’s werken. “O, die donkere toekomst, en de kerkverlating en wat zal het over 50 jaar nog zijn?” En ik weet gemeente, de zorgen zijn er. We moeten ze niet onder het tafelkleed vegen. Maar wij somberen soms ook maar mee alsof daarmee het laatste woord gezegd is. “Alles loopt terug. Het is een aflopende zaak. We zitten hier over 50 jaar nog.” Laten we eerlijk zijn gemeente, daar doen we toch allemaal wel eens aan mee, of niet? Ik zeg niet dat we maar gewoon van die optimisten moeten zijn. Dat is heel wat anders. Maar dat wij soms zo somber doen. Is dat wel tot eer van God. Is dat wel recht en billijk. En daarom gemeente op de mand af. Wij dienen toch geen dode Jezus hier wij dienen toch een levende. En vanmiddag als dat ja woord klinkt van 6 mensen. Is dat ook een ja woord op een levende Heiland. Hij is opgestaan uit de doden. Hij is opgevaren ten Hemel en Hij zit aan de rechterhand van Zijn Hemelse Vader. En hoe zit Hij daar gemeente niet als een dode maar Hij zit daar als de Levende. En wat betekent dat? Dat Hij regeert, dat Hij waakt dat Hij lijdt dat Hij bidt!! En dat Hij zijn gemeente door de donkere wereld heen leidt. Naar Zijn volmaakte toekomst. Daarom gemeente en dat hoort ook bij Pasen wat je wel eens ziet op een stikker achter op de auto. Een regenboog. Er is hoop. Waarom? Niet omdat wij van die hoopvolle mensen zijn want wij zijn hopeloos in ons zelf maar gemeente omdat we een hoopvol zicht mogen hebben op de levende Heiland. Er is een open graf. En dat betekent wie in Jezus geloofd alles te verwachten heeft. Ook al wijst helemaal niets daarop. En daarom gemeente mag de kerk van Christus in de wereld niet hopeloos haar ronde gaan al word ze er aan alle kanten toe verleid. En al zegt ons vlees ook het is hopeloos. Wij zeggen tegen elkaar vanmorgen gemeente Hij leeft. En als iemand het niet geloofd zeggen we het no een keer Hij leeft!!!! In alle Eeuwigheid. En als Hij leeft dan kunnen we vanmorgen ook zeggen, zal voor Hem iets te wonderlijk zijn!!. We hebben een levende Koning. Dat mag de wereld best weten. Dat wij treuren o ja dat vaak maar niet als diegenen die geen hoop hebben als degenen die geen levende Koning hebben.
Gemeente laten wij toch niet doen alsof wij een dode Jezus een gestorven God hebben. Misschien hebt u wel eens gehoord van een theoloog in de jaren 60/70. Dat heette een God is dood theologie. Een theoloog die meende te kunnen beweren dat God niet meer leeft en dat de mensen de zaak van Zijn Koningrijk maar af moeten maken. Een naam die u in dat verband wel eens gehoord hebt was Nietzsche. Een Duitse filosoof. Nietzsch zei:”God is dood”. En weet u wat hij er achteraan zei? Hij vroeg ook: “Wie heeft God dan dood gemaakt? Dat hebben de Christenen gedaan.” Dat klinkt heel weerzinwekkend maar gemeente het is ontdekkend. Hoe kunnen Christenen God doden, door niet te leven alsof Hij de levende is. Door in deze wereld een dode Jezus om te dragen. Wat dat betreft gemeente moeten we onze eigen hand maar in onze boezem steken. Ook vanmorgen. Staan we er niet schuldig aan dat we God soms dood zwijgen in ons leven. En Hem doodzwijgen in onze wandel. En dat we allemaal zeggen ja maar ik geloof wel in God. Is die een levende realiteit voor ons. Ik wil er wel iets naders tegenover zetten gemeente. Kunnen we ook dingen noemen waarvan we zeggen maar dan ervaren wij ook dat Hij de levende is. Hebt u persoonlijk wel eens ervaren gemeente dat Hij de levende God is. Hebben we het als gemeente ervaren. Afgelopen jaren. Ook toen de wereld dacht en anderen dachten: de kerk van Driesum is dood want God is ook dood. Of andersom hebben we ook in ons midden gemeente ondanks heel veel zorgen en vragen toch ook niet zoveel bewijzen dat de Heere leeft en dat Hij waakt over Zijn gemeente. En kijkt u eens naar uw persoonlijke leven. Als de Heere niet de levende was geweest gemeente dan was u ook niet levend. In lichamelijke zin. En als de Heere niet de levende was dan was er nooit één Woord van Hem in uw hart gevallen. Dan was er nooit iets gaan branden van binnen. Als Hij de Levende niet was gemeente. Gemeente, de heilige Geest wil ons de ogen ervoor openen. Dat Hij leeft en dat Hij regeert. En ik hoop dat we ook zo vanmorgen de dienst mogen ontvangen. Als een bewijs dat de Heere leeft. En aan dode zondaren het Leven schenkt. Want als ik een levende god heb dan kan ik nooit teveel verwachten. Ook voor de gemeente niet. En ook voor mijn eigen leven niet. Want als de wereld in zak en as zit, zegt de kerk: “Wij verwachten Hem.” Dat is de eerste lijn gemeente: Jezus leeft! Draag dat maar uit.
En de tweede lijn is wat persoonlijker. Want gemeente wie is nou eigenlijk de Levende? En dat is Dezelfde die eerst gestorven is. Pasen gemeente is nooit los te maken van Goede vrijdag. En in Pasen klinkt dat van Goede vrijdag ook door. Er is niet zomaar iemand gestorven. De zaligmaker is opgestaan. De Levende over wie de engelen spreken is degene die de zonden vergeeft. De levende is Hij die verlorenen redt. En zondaars zalig maakt. Gemeente er is niet alleen een levende Heere; wij zeggen ook tegen elkaar vanmorgen: “Er is ook een levende Zaligmaker.”met eerbied gesproken, als u met uw verloren leven naar de dode Zaligmaker gaat, hebt u geen heil te verwachten. Als u bidt aan een dode Jezus om vergeving en verzoening van uw zonden, dan bet u verzekerd dat uw gebed niet verhoord wordt. Dan kloppen we tevergeefs bij hem aan om de vergeving van onze schuld. Hij kan ons niet helpen. Hij wil het niet en zal het ook niet als Hij gestorven is. Maar Pasen betekent dat de Vader het verzoenende werk van Zijn Zoon heeft aangenomen en dat Hij - nadat de Zoon gezegd heeft: “Het is volbracht” - op Pasen zegt: “Amen! Het is waar, het is volbracht, het is genoeg, op dat offer wil ik zondaren zalig maken.” Dode mensen die in zichzelf dood liggen in zonden en misdaden wil Ik levend maken in Christus en met Christus. Ik leef en gij zult leven. Beseffen we dat gemeente? Geloven wij daarin? Dat als Hij de Levende Zaligmaker is en dat is Hij dat we geen seconde mogen twijfelen of dat Hij ons ook in de aller-diepste noden van ons leven redden en helpen kan. En dat als u als zondaar tot Hem gaat u ook een levende Zaligmaker zult vinden. Die u zal helpen ter bekwaamde tijd. Ook dat is Pasen.
Gemeente we zitten soms vertwijfeld ons af te vragen: “Kunnen mijn zonden wel vergeven worden?” Is het nou echt zo Heere? Is er niet teveel gebeurd in mijn leven”? De duivel gooit er zijn olie op het vuur. Maar gemeente een levend geloof mag zeggen:”Ga weg satanas want ik heb geen dode Zaligmaker maar een Levende” In alle strijd gemeente. Ook met je eigen dodigheid. “Heere ik ben dood in mezelf maar U bent voor mij toch de levende”. Dan mag het zelfs als het gaat om je verzoening je leven aan een levende Heiland toevertrouwen. Die bij machte is om alles weg te doen wat tegen ons moet getuigen. Gemeente zult u op Hem letten? Zult u zo op Hem zien en zult u zo tot Hem uitgaan? Al tot een levende Zaligmaker. Voor wie alle dingen mogelijk zijn. Want gemeente er zit ook een stuk ernst in. Je kunt al Paasfeest vieren en zelfs verloren gaan. Omdat de Heere Jezus in ons leven als de Levende beleden wil worden. Met doden kun je spotten gemeente ze doen niks terug. Maar met een levende spot je niet. En zeker niet met de Levende. Zoek Hem. Ik hoorde in mijn studie tijd Prof. Gaafland een keer zeggen op college en hij deed dat in het Engels: “Did Jesus die for you or is he dead for you?” Is Jezus gestorven voor jou of is Hij dood voor jou? Dat bis meer dan een woordspeling hè. Dat is ernst. Neem die vraag maar mee gemeente. Is Hij gestorven voor u of is hij dood voor U? Kijk je vandaag op afstand naar wat in Jeruzalem gebeurde tweeduizend jaar geleden of kom je vanmorgen door geloof schoorvoetend naderbij? Onweerstaanbaar getrokken. Al dichter en dichterbij totdat je aan Zijn voeten komt. En dat je tot een gebed komt: ”Gode zij dank Heere, u bent een levende heiland. En dat U ook voor mij. U ben een levende Koning en dat bent U ook voor mij.”
Gemeente, dan gaat het uur van de hoop gloren en branden. Midden in deze wereld. Zelfs in het stervensuur. Zicht op de Levende. Want gemeente, wie deel heeft aan de Levende heeft ook deel aan Zijn leven. Leven dat nooit vergaat. Leven dat door de dood heenbreekt naar de eeuwigheid. Gemeente, u hoeft de levende niet bij de doden te zoeken. Dode mogen al levende zoeken. En wie Hem zoekt als Levende, die zal Hem ook als Levende vinden. Amen.
Ds. A. J. Mensink,
Hieronder volgt een preek waar deze tekening bij gemaakt is.
10-03-2008
Het zicht op Jezus!!!
En om zo te zien naar Hem en achter Hem het kruis aan te dragen. En het kaatst als het ware weer terug de wereld in!!!. De rode achtergrond is het zondige van de mensheid!!! HIJ de Heere Jezus komt er overheen met Zijn Liefde!!!!!!
Klaske
Hieronder zal D.V de preek komen van zondag 10-03-2008.
Bijbelgedeelte is: Lucas 23:13-32. De tekst is vers 26.
Gemeente. Simon van Cyrene is toch wel heel anders thuis gekomen dan hij gedacht had. Als wij lezen in onze tekst dat hij van zijn akker kwam. Hij zal daar wel gewerkt hebben. En op reis gegaan zijn naar zijn huis of naar de plaats waar hij logeerde, omdat hij uit Cyrene kwam. Had zo zijn gedachten van: straks ben ik fijn thuis bij m’n vrouw of bij m’n kinderen. Als hij die gehad geeft. Maar gemeente, dat hij via een omweg thuis zou komen en via een omweg langs Golgotha dat had hij toch zeker van te voeren niet kunnen vermoeden. En dat hij onderweg z’n landbouwgereedschap heeft moeten verruilen voor een kruis dat heeft hij ongetwijfeld nog minder kunnen vermoeden. Simon komt door een wonderlijke weg thuis. Misschien dat iemand vanmorgen zegt: “Maar dat doet de Heere volgens mij wel vaker. Gebeurt dat niet veel vaker dat de Heere ons op een compleet andere weg leidt dan dat wij in gedachten hadden, dan wij ons voorgenomen hadden?” Want dat geloven wij toch gemeente dat God onze weg leidt. Onze levensweg, de gang die we gaan. Ook de afgelopen week. Sta je vaak helemaal niet bij stil. Denk eens na bij alles wat je van de week hebt gedaan. Wat er gebeurd is en niets daarvan is buiten de Heere omgegaan. In heel de weg die we deze week gewandeld hebben. Is er een weg geweest die God ons heeft geleid. En dat doet de Heere vaker. En wat we er meteen ook achteraan moeten zeggen gemeente, is dat God onze weg leidt. Hij doet dat wel naar Zijn Gedachten en niet naar de onze. Gedachten die anders zijn dan de onze. Gedachten die vaak hoger zijn dan de onze. Maar zeker ook heliger dan de onze. Gemeente, het is u toch ook wel eens overkomen dat de Heere uw plannen doorkruist heeft. Jongens en meisjes, het is jullie toch ook wel eens overkomen dat je iets wilde gaan doen, iets voorgenomen had, een plan had gemaakt en er kwam iets compleet anders tussendoor. Dat gebeurt in het klein, maar dat gebeurt ook in het groot. Dat de Heere er zo maar een bocht in brengt, een keerpunt. Het gebeurt nogal eens op een huwelijksjubileum of bij een verjaardag van ouderen, en je kijkt eens wat terug over het leven dat ze geleid hebben. En je vraagt: “Hoe is dat nu gegaan?” En dan zeggen ze bijna altijd: “Het is heel anders gegaan dan ik gedacht had, en sterker nog, het is ook heel anders gegaan dan ik gewild had.” En als het ook zo zegt “dan ik gewild had” dan geven we okk er iets mee aan dat je het er ook wel eens heel moeielijk mee kan hebben. Laten we zo eerlijk zijn vanmorgen. Dat het je heel wat tranen kan kosten. Heel wat hartkloppingen kan kosten om het er mee eens te worden dat de Heere juist die weg met je gaat die Hij met je gaat. Om te sterven aan die weh die je zelf in gedachten had. Om dat los te moeten laten. En je ook aan de Heere te kunnen overgeven. Daar kun je het op dat moment heel moeilijk mee hebben. Daar kun je het ook heel lang moeilijk mee hebben. Maar we weten denk ik ook allemaal wel dat je achteraf toch tot momenten van verwondering kan komen en tot dankzegging momdat je zegt: “Heere, als U die weg met mij niet gegaan was, was ik nooit zo dicht bij U gekomen. Als U deze weg niet met mij gegaan was, was ik nooit zo dicht om het maar met Simom te zeggen, bij Golgotha gekomen. Bij Christus gekomen. En bij de genade gekomen.” Dat is een les die wij van Simon vanmorgen mogen leren. Ik kom daar aan het eind straks wel op terug.
Simon wordt gedwongen, komende van de akker, om het kruis van de Heere Jezus te dragen. De vraag dringt zicht intussen natuurlijk wel op: “Waarom moest Simon dat kruis dan dragen?” Jongens en meisjes, jullie kennen dat verhaal denk ik wel. Dat de Heere Jezus op weg is naar Golgotha. En dat was met alle veroordeelden zo. Als iemand gekruisigd werd. Dan moest hij zijn eigen kruis dragen. Weet je waarom dat was? Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Als jij iets verkeerds hebt gedaan. Wie moet daar van dan de straf krijgen? Dat ben je zelf. Een ieder zal zijn eigen pak dragen. Iedereen is verantwoordelijk voor wat hij zelf gedaan heeft. Wat hij gezegd heeft. Je kunt moeilijk iets verkeerds doen en tegen je broertje zeggen: “Nu moet jij de straf maar dragen!” Nee, de kruiseling, de veroordeelde draagt, zelf zijn kruis om te laten zien dat wie gezondigd heeft, ook zijn eigen straf moet dragen. En dat is een menselijke uitgangspunt, maar dat is ook een Bijbels uitgangspunt. Een belangrijk uitgangspunt dus ook. En we voelen allemaal wel aan gemeente, dat rond de Heere Jezus is dat natuurlijk heel dubbel want Hij heeft niet gezondigd. En toch draagt Hij een kruis. Maar dat heeft een andere betekenis. Waarom moet Simon nu ineens dat kruis van de Heere Jezus dragen? Sommige mensen hebben wel gezegd. Ja de Heere Jezus was moe. Hij is op donderdag avond gevangen genomen. Het is nu al vrijdag de hele nacht heeft Hij niet geslapen want Hij moest voor Kajafas verschijnen. En Hij is naar Herodes gestuurd. En Hij is naar Pilatus gestuurd. En bovendien als je nu kijkt naar die andere kruiselingen. Wat waren dat voor mensen? Dat waren moordenaars! Nou dat zijn meestal behoorlijk sterke mannen. En misdadigers werden vaak gekruisigd. Dat waren mensen, die hadden wel kracht in hun armen om zo’n kruis te dragen. Maar Jezus, gemeente, die met eerbied gesproken nooit met Zijn armen en handen gewerkt heeft dan alleen om te zegenen en om te genezen. Voor Hem is dat kruis te zwaar. Hij is verzwakt. En daarom Hij dreigt te bezwijken onder dat kruis. En daarom moet Simon het maar dragen, dat zou kunnen. Maar er is no een andere gedachte gemeente. Die met name uit Markus af te leiden is. Dat het ook iets heeft gehad van spot. Want we weten het wel. Hoe de Heere Jezus is bespot daar voor Pilatus met die doornenkroon en die purperen mantel en die rietstaf. Hij is een Koning. Nou dan gaan we Hem als een Koning aankleden. En Hem als een Koning vereren. En dan bidden we voor Hem. Gezegend, gegroet zijt Gij, Gij Koning der Joden. En dan gaat de Koning naar Zijn troon toe. Maar je laat toch een Koning toch niet zelf zo’n zwaar kruis dragen. Dat doet een Koning toch niet. Daar heeft een Koning toch knechten voor. Slaven voor. Kom laten we een slaaf zoeken. En daar loopt er eentje. Simon. Draag jij voor die Koning dat kruis eens! Neem jij dat kruis eens mee voor de Koning. En zo gemeente, maken ze de spot die daar in het paleis van Pilatus al begonnen is en bij Herodes. Zo maken ze de spot alleen maar erger. Let maar eens op. Zelfs als hij aan het kruis hangt. Hoe ze Zijn lijden nog steeds proberen te verzwaren.
Vijandschap, die weet nooit van ophouden. Dat is onder de mensen zo. Maar dat is ook van de mensen naar God toe zo. Vijandschap weet nooit van ophouden. Als mensen eenmaal elkaar op ‘t oog hebben op de korf hebben. Met pesten bijvoorbeeld en treiteren. Dat is bij de grote mensen ook zo; dan weten ze nooit van op houden. Dat zie je nog meer naar Jezus toe. Ze weten niet van ophouden. Ze verzwaren Zijn smart en ze vergroten Zijn leed. Hoe erger hoe mooier. Dat zou ook mee kunnen spelen. Dat Simon het kruis moest dragen omdat ze die Heere Jezus nog meer willen bespotten.
En toch gemeente zou ik met u vanmorgen er ook nog op een andere manier naar willen kijken. Als een moment dat geweldig veelzeggend is op de weg van Jezus en de weg van Simon. Want als we nou eens kijken met Bijbelse ogen naar wat daar gebeurt dan zie je daar de Heere Jezus met een kruis lopen. En wat we goed moeten onthouden, zeker in de lijdensweken is gemeente dat het kruis in de Bijbel het symbool is van de vloek. Jullie kennen misschien dat oude gezang “Het ruw houten kruis, het symbool van vervloeking en schuld.”
De Catechismus legt het daarom ook heel Bijbels uit als er gevraagd wordt waarom Hij gekruisigd wordt en niet zomaar gedood. Dat is omdat er in de Bijbel staat dat Hij aan het hout gehangen wordt. Dat Hij een vervloekte is. Gevloekte. Jezus draagt het kruis en daarmee draagt hij eigenlijk de vloek. En de vloek gemeete, dat is de manier waarop de Heere oordeelt over onze zonden. En om nou te begrijpen wat de vloek is jongens en meisjes, moet je het eigenlijk alleen maar tegenover het andere woord zetten. Tegenover zegen. Je hebt zegen en je hebt vloek. Wat is de zegen? Dat is dat de Heere bij je is. Dat is zegen. En wat is dus de vloek? De vloek is dat God niet bij je is. Niet meer bij je wil zijn. De vloek is eigenlijk dat God zegt tegen iemand: “Voor eeuwig uit mijn ogen, Ik wil je nooit meer zien.” “Ja, maar als ik sterf, dan toch wel Heere?” “Dan wil Ik je niet meer zien. Nu niet en nooit niet. Voor eeuwig uit Mijn ogen. Je hebt zoveel kwaad gedaan, je hebt zoveel gezondigd, dat Ik je niet meer wil zien.” We spreken dan wel eens gemeente over de hel. Nou, dat is nu de hel. Dat je God nooit meer onder ogen kan komen en mag komen. Met je zonden niet, met je vragen niet, met je pijn niet, met je leven niet. En dat houdt nooit meer op. We zingen met Psalm 73: “Wie ver van U de weelde zoekt, vergaat eerlang enj wordet vervloekt.” Gemeente, je kan er eigenlijk alleen met huiver over spreken en met huiver over zingen. Want wij hebben het nioet alleen over anderen, maar wij hebben het ook over ons zelf. Gemeente, hebt u dat ook wel eens en jongens en meisjes? En jullie? Dat je soms, dat je het zo duidelijk weet en zo duidelijk ziet, dat je eigenlijk zo tegen de Heere gezondigd hebt. En dat je zo tegen Zijn geboden gezondigd hebt dat je eigenlijk moet zeggen: “Heere God, ik kan toch nooit bij U in de hemel komen.”
Gemeente, wij dragen allen de vloek. Dat is het begin punt van ons leven. Zo begint het doopsformulier ook. Dat wij in Adam gezondigd hebben en daarom in het koningkrijk van God niet kunnen komen. Dat is de vloek. En die ligt van nature op ons allemaal. Als je geboren wordt al. En als je ouder wordt nog meer. We zien hier gemeente dat de Heere Jezus het symbool van de vloek draagt. Hij draagt het symbool van de vloek. Hij dat is het machtige in het hele lijdens evangelie, dat Hij daar veroordeeld wordt. En dat Hij dat kruis opgelegd krijgt. Want mensen hebben geroepen: “Kruisig Hem.” Hij draagt het kruis en dus draagt Hij ook de vloek. Gelooft u dat, gemeente, dat Hij met het kruis ook de vloek op Zich heeft genomen? En dat Hij met de vloek ook de zonde op Zicht heeft genomen? Dat Hij alles op Zich heeft genomen waarvan God tegen ons moet zeggen: “Uit Mijn ogen.” Hij nam de zonden op Zich. Dus nam Hij ook de vloek op Zich, en dus neemt Hij ook het kruis op Zich. Waarom doet Hij dat nou? Dat doet Hij omdat Hij Lam Gods is; dat gekomen is om de zonden der wereld weg te dragen. Weg!!! Waarheen dan? Naar Golgotha toe. En dan zijn ze echt weg. Dan zijn de zonden weg. Dan is de vloek weg, dan is het kruis weg, dan is het oordeel weg. Hij draagt het kruis. Hij draagt de vloek. En zo gemeente, moeten we Hem zien gaan. Als de Gezegende van de Vader die om onzentwil de vloek op Zich neemt. En om onzentwil een gevloekte wordt. En straks zul je3 dat concreet zien worden als Hij als het kruis hangt. En Hij in drie uur duisternis hangt, dan zal Hij ook roepen - en dan wordt de vloek ook tastbaar: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Met dan onuitspreekbare wonder en met dat onzegtbare geheimenis zoals het Avondmaalsformulier dat zo geweldig vertolkt: “Dat Hij van God verlaten wordt opdat wij tot Hem genomen, en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.” Hij gevloekt, opdat wij gezegend zouden worden. Hij de hel opdat wij de hemel zouden ontvangen. Aanbiddeelijke Heerlijkheid. Dat gebeurt er in het Evangelie. Hij neemt de vloek op zich om zondaars ervan te bevrijden.
Van Jezus’rug genome en gelegd op de schouders van Simon. Je zou bijna zeggen gemeente het word terug gelegd op de schouders van Simon. Dat is wat. Dat Simon niet alleen het kruis te dragen krijgt maar ook het symbool van de vloek. Even schoot het door me heen van de week gemeente. En dat is een vraag die we elkaar ook moeten stellen vanmorgen. Is dat misschien uw weg of jouw weg. Dat u nog steeds bezig bent uw eigen vloek te dragen. Maar u hebt het misschien niet eens in de gaten. Is het misschien jouw weg of uw weg dat u niet het kruis op de Heere Jezus schouders hebt liggen maar dat u de toorn van God nog steeds zelf draagt. En het daarmee misschien nog wel uit kunt houden ook. Want gemeente of Jezus draagt de vloek of Simon. Of Hij of u. Snapt u. Als uw vloek niet ligt op het Lam gemeente. Dan ligt die op u zelf. En dan gaan we niet 3 uur duisternis tegemoed maar eeuwige duisternis. Als het niet ligt op het Lam dan ligt die op mezelf. Simon moet jij nu zelf je vloek gaan dragen. Moet jij nu toch je eigen schande gaan dragen en je eigen schuld gaan boeten. Let goed op gemeente want wat gebeurd er niet ze halen Sinmon van de kant van de weg. En ze zeggen niet tegen de Heere Jezus gaat U maar weer weg. Ze zeggen ook niet: “Simon ga jij maar voorop lopen de Heere Jezus achter je aan”. Als ik goed lees in onze tekst gemeente dan zie ik dat de Heere Jezus voorop blijft lopen. En wat Simon dus niet hoeft te doen is de plaats van Jezus in te nemen. Jezus neemt de plaats van Simon in. Maar Simon hoeft ondanks dat hij het kruis te dragen krijgt Jezus plaats niet in te nemen. Jezus blijft voorop gaan. Dat is heel veel zeggend. Want als Jezus voorop blijft gaan betekent het ook dat Jezus zelf de dood in zal gaan. Dat Hij zelf het kruis tegemoed zal gaan. Dat Hij zelf de schande en de smaad blijft dragen. En dat Hij straks de uitgeworpende wordt. Want Simon word straks niet gekruisigd maar Hij. Dat is een wonderbaarlijke ontdekking. Ik dacht van de week gemeente dat ik zou gaan preken over de verzen die hierna kwamen en ik was al een poosje bezig totdat ik een opmerking tegenkwam over Simon. Dat ik dacht:”Dat wil ik de gemeente zondag gaan vertellen.” Toen ik dat las: “Simon draagt wel het kruis, maar niet de vloek”. En dan valt het zo in één keer open. Simon draagt wel het kruis, maar niet de vloek. En daarin, daarin fonkelt het Evangelie tot en met. Met boodschappen van vertroosting, ook voor ons straks. Simon draagt wel het kruis, maar niet de vloek. Die wordt Jezus niet afgenomen gemeente. En ik geloof zeker dat ik vanmorgen mag zeggen: “Die laat Jezus Zich ook niet afnemen!” Hij laat zich het kruis wel afnemen, maar Hij laat zich de vloek niet afnemen. Proeft u daarin ook die wonderlijke, die Goddelijke liefde van de Heere Jezus? Dat als hij de vloek éénmaal over heeft genomen van Simon, Hij hem ook nooit meer teruggeeft. Daqt als hij de vloek overneemt, dat hij hem ook voorgoed overneemt. Met eerbied gesproken dat de heere Jezus Zich niet bedenkt! En bij nader inzien zegt: “Doe het toch maar niet.” Als Hij de vloek overneemt gemeente, dan doet hij dat voorgoed. En er is geen wereld en er is geen duivel die Hem de vloek nog weer kan afnemen. Om daar een zondaar onder te laten sterven. Wan gemeente, als Hij de vloek draagt, hoeft Simon de vloek niet te dragen. Mogen we dat vanmorgen persoonlijk maken? Als Hij de vloek voor u draagt gemeente, hoeft u hem niet te dragen. En als Hij hem draagt voor mij, dan hoef ik het ook niet te dragen. En dat is toch het Evangelie. Hij draag toch de vloek voor gevloekten. Gemeente ik verkondig u vanmorgen niet dat de Heere jezus de vloek heeft gedragen. En dat ik u vervolgens vraag: “gelooft u dat?” Dan zegt u: “Dat geloven we allemaal.” met een historisch geloof. En met een historisch geloof gemeente, word je niet zalig. Echt niet! Maar waarmee word je wel zalig? Met een waar geloof. En wat is een waar geloof? Dat geloof dat Jezus die vloek ook droeg voor mij. Niet alleen voor anderen, maar ook voor mij. Maar wilde Hij dat dan? Ja!!!! Hij laat dat zo heerlijk zien. Simon. jij de zegen, Ik de vloek. Ik vraag u daarom niet alleen gemeente of u het feit gelooft dat Hij de vloek droeg, maar ik vraag u of u met uw hart gelooft. Dat ook uw vloek op de rug van de Heiland verzoend wordt. En dat als u uw vloek zelf nog moet dragen, dat u vrijmoedig uw vloek op de schouders van de Heere Jezus mag leggen.
We zijn thuis aan hnet lezen over al die offers aan het begin van Leviticus: brandoffers en zondoffers. En het viel ons op gemeente, steeds als er over het offer gesproken wordt, dan moet die man die het offer brengt - die schuldig is - de hand leggen op de kop van het beest dat geslacht wordt. En waarom moet die man dat nou doen? Nou, die handoplegging is als het ware een teken van de overdracht. Mijn schuld wordt gelegd op dat beest. En daarom wordt dat beest voor mij geslacht en gedood. En ik mag leven. Je mag heel eenvoudig zeggen gemeente: dat is nu de geloofsdaad waartoe de Heilige Geest ons aanzet; waartoe Hij onze wil, ons hart beweegt om onze schuld, onze vloek te brengen bij het Lam. Al is die hand zo bevend en zo verdorven als wat. Zult u het doen gemeente? Als u het nog nooit gedaan hebt - het op Hem werpen, het op Hem leggen. In het vaste geloof dat als hij mijn vloek draagt, Hij hem ook weg-draagt tot er in eeuwigheid geen gedachtenis van is. Hij wil het. Hij laat ze zien. Hier vanmorgen. En daarom gemeente, wordt ook Simon straks niet gekruisigd, al draagt Hij het kruis. Maar Jezus draagt de vloek en daarom wordt Hij gekruisigd. Hi draagt de zonden weg totdat ze weg zijn. Door Zijn verzoenend en vloeiend bloed. Waarom? Omdat Hij een Heiland is die liever zelf de vloek draagt dan dat Hij u en mij erin laat omkomen. En die liever zelf van God verstoten wordt dan dat hij straks u en jou voor eeuwig moet verstoten. Wie kan erbij? Zulk één is de Heiland der Schriften. Zulk één is de heiland der zondaren. Ook vandaag. Simon draagt het kruis, maar Jezus de vloek.
Intussen vraag je je natuurlijk af: maar heeft Simon dan dat allemaal wel begrepen? Gemeente vooraf - maar er staat niks over het geestelijk leven van Simon in de bijbel. Het enigste is dat je in Markus leest dat Hij de vader van Rufus en Alexander is die je later in Rome weer tegenkomt. Waarvan je mag aannemen dat ook Simon tot geloof is gekomen en zijn kinderen ook. En verder niks. Dus we moeten oppassen voor inlegkunde. Van wat Simon allemaal wel niet beleefd heeft en gedacht zal hebben. Aan de andere kant gemeente, deknik als we ons nu eens verplaatsten in Simon. Stel je voor dat ik of u aan de kant van de weg had gestaan en geroepen was om de Heere Jezus Zijn kruis te gaan dragen. Wat hadden we dan gedacht? Misschien heeft Simon dan wel hetzelfde gedacht als die moordenaar gezegd heeft. “Wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen wat wij verdiend hebben.” Daar zit een les in. Ik maak het even wat breder gemeente. Want als het over kruisdragen gaat, dan weten we ook allemaal wel wat daarmee bedoeld wordt in ons leven. Elk mens krijgt een kruis te dragen. Met een kruis jongens en meissjes, bedoelen we moeilijke dingen. Bijvoorbeeld ziekte of tegenslagen. Dat noemen we een kruis. We krijgen allemaal een kruis te dragen. En weet je wat er nu gebeurt gemeente als wij een kruis opgelegd krijgen? Daar vraag je natuurlijk niet om! Daar vroeg Simon ook niet om. Maar dat kreeg hij opgelegd. Als wij een kruis opgelegd krijgen, dan zijn wij van nature weerspannig. Dan zijn wij net zo weerspannig als een lastdier wat voor het eerst een juk opgelegd krijgt. We zijn van nature opstandig; we willen het juk afwerpen. Dat is lastig, dat doet pijn, dat moet weg. Ik wil niet ziek zijn, ik wil geen tegenslagen hebben, ik wil het niet moeilijk hebben. Maar gemeente we moetren altijd bedenken: hoe zwaar ons kruis ook is, ik krijg niet meer dan ik verdiend heb. Hebt u dat weleens gehad? Je kan van een kruis toch nooit zeggen: “Heere, dat heb ik niet verdiend?” Ik weet wel, het is moeilijk soms, maar er zijn weleens mensen, ook in de kerk ja die zeggen: “Waar heb ik dat nou aan verdiend?” Als je dan heel eerlijk wordt gemeente, moet je dan niet zeggen: “Heere, ik heb het eigenlijk ook verdiend.” Misschien dat je zelfs moet zeggen: “Als ik mezelf echt ken, dan weet ik dat ik zelfs nog erger heb verdiend.”
We krijgen een kruis opgelegd. Simon ook. En hij zou kunnen zeggen: “Ik ontvang waardig hetgeen ik gedaan heb.” Maar ik zie tegelijkertijd dat Simon het draagt achter Jezus aan. Ze zeggen niet: “Simon, llop alvast maar vooruit met deat kruis.” Of: “Neem jij maar een andere weg. Dan zien de mensen het niet.” Achter Jezus aan. Jongens en meisjes, dan kun je het je voorstellen als je achter iemand loopt, wat zie je dan als je je ogen open hebt? Dan zie je degene die vóór je loopt. Wat zien Simon als hij zijn kruis draagt achter jezus aan? Dan ziet hij ook Jezus. Dan ziet hij op die rug. Dan ziet hij op die rug die geslagen is, die bloedt. Dan ziet hij de doornenkroon. Dan ziet hij vóór zich de Heiland lopen, gespot en geslagen. Gemeente probeert u het zich eens voor te stellen dat u met uw kruis achter de Heere Jezus aankomt. En Hem ziet. Wat gebeurt er dan met je kruis? Dan ga je iets wonderlijks bedenken. “Heere als ik op U zie, dan zie ik dat U het zwaarste draagt. En ik het lichtste.”
Hoe meer je op Hem ziet gemeente, hoe minder je de last van je eigen kruis voelt drukken. Wat is mijn kruis dan licht vergeleken bij het Zijne! Want gemeente, Hij draagt het zwaarste. Hij draagt de schimp, de smaad en de overlast. Hij draagbt de toorn van God erin. Simon kan zeggen: “De echte last wordt voor mij getorst. Ik draag het kruis en Hij de vloek.”
Wat een vertroostende les is dat he. Het kruis achter de Heere jezus aan te mogen dragen. Niet de les gemeente, die sommige mensen er uit gtrokken hebben: dat wij dus blijkbaar de Heere Jezus een handje moeten helpen. Zo moeten we de inzet van Simon niet zien. Alsof we de Heere Jezus moeten helpen. En dat de Heere jezus Zijn zaligmakerswerk niet helemaal zelf kan doen. En daar de hulp van mensen nog bij nodig heeft. Alos dan eens zou kunnen! Nou dan stonden we in de rij. Of niet vanmorgen? Als we de Heere toch eens een handje konden helpen door wat bij te dragen door een eigen bijdrage te leveren. En een stukje eer van onszelf erin te kunnen leggen. Nee, dat heeft de Heere niet nodig. En dat is maar goed ook gemeente. Want als we een hanje moeten helpen, wordt het geen volkomen werk. En is er ook geen volkomen zaligheid. Dan is er ook geen volkomen vertroosting voor u vanmorgen. Dan liggen we nog in onze zonden. Wij hoeven Jezus niet te helpen. Gode zij dank niet.
Maar we leren van Simon dat hij de Heere Jezus achterna volgt. Dat hij daarmee de smaadheid van Christus moet dragen. Zoals de kerk van Christus op aarde altijd Zijn smaad moet dragen, zegt Hebr. 13: “Laat ons uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.” Ook dat kruis moeten we niet van ons werpen. Als wij om Christus wil gespot worden. We kunnen geen kroon ontvangen zonder het kruis. We moeten de smaad niet uit de weg gaan. Ook al zouden we dat graag willen. Maar gemeente wij krijgen in ons leven allemaal met een kruis te maken. Niemand is gewillig om dat kruis te dragen Simon ook niet. In Marcus lezen we dat hij gedwongen werd dit kruis te dragen. Weet u hoe de Heere ons gewillig wil maken? In het dragen van ons kruis? Door ons te laten zien op de gewilligheid van Christus. De overgave waarmee Hij zijn kruis heeft gedragen.
En we zeggen allemaal ieder huisje heeft zijn kruisje. Het is waar. Maar het maakt zo’n verschil hoe je zo’n kruis draagt he. Of je het zelf moet dragen of dat je het achter Jezus aan mag dragen. Gemeente u hebt ook vast wel een kruis te dragen en jij ook wel eens misschien. Hoe draagt u dat nauw? En zou u er een ander mee kunnnen vertroosten met wat u zelf geleeerd hebt in het kruis dragen? Hoe draagt u uw kruis in uw leven? De litekens de wonden? Datgene waardoor u getekend bent? En waardoor u misschien ook wel gevormd bent? Hoe draagt u dat kruis? Achter Jezus aan! Ik draag mijn kruis Heere in de schadus van het grote kruis. En ik moet altijd maar weer beseffen: “Heere, U draagt het zwaarste kruis en uiteindelijki draag ik het lichtste, een tijdelijk kruis. U draagt onverdiend een kruis, ik draag het verdiend. Maar U draagt er de vloek in, zodat mijn kruis tot zegen kan zijn.”
Ik denk gemeente, wat de Catechismus zegt in antwoord 44 als het gaat over de ‘Nederdaling ter helle’ Wat volgt daarop? Moet u thuis nog maar eens nalezen antwoord 44: “Dat Hij in de vloek is neergedaald wat troost u dat?”En dan zegt de Catechismus: “Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen” - en dan heb je het over een kruis! - “Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen in mijn leven verzekerd zij, er vast van overtuigd mag zijn, en mij ganselijk vertrooste dat de Heere Jezus in al Zijn lijden, maar in het bijzondere aan het kruis, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.” Je zou kunnen zeggen: dat is een stukje pastoraat in de Catechismus.
Wij dragen een kruis, maar als we het achter Christus aan mogen dragen, dan mogen we weten dat in ons kruis geen vloek meer is, geen straf. Maar dat de Heere er iets anders mee voorheeft. De echte angel is er uit; de echte last is er af. Want ik mag weten dat Hij in Zijn helse benauwdheid voor mij de pijn verlost heeft. Zo gemeente, draagt een Christen zijn kruis. Achter de Heere Jezus aan. Hij de vloek, ik niet meer dan het kruis. Nu dan komt Simon toch heel anders thuis dan hij gedacht heeft. Of niet? Wat zal hij zijn vrouw veel te vertellen hebben gehad. We zeiden aan het begin gemeente tegen elkaar: “Dat doet de Heere wel vaker.” Dat maken we vanmolrgen persoonlijk: dat doet de Heere wel vaker.
Kijk nog eens naar de omwegen die de Heere met u is gegaan. Met de slingerpaden waarover Hij ons geleid heeft. Ziet u gemeete, hoe gezegend dat kan zijn? Dat als het via het kruisdragen moet Hij mij brengen wil bij de grote Kruisdrager. Zing het daarom maar mee ook als het u zelof zou betreffen. Wat een gezang ons ooit heeft voorgezongen: “Als ik maar weet dat hier mijn weg mij nader brengt tot u.” Tot het kruis. Hij droeg de vloek en wij hooguit het kruis. Dat is genade.
Amen.
Gezonge na de preek: Psalm 34 vers 9.
God is ‘t verbroken hart,
‘t verbrijzeld en bedrukt gemoed
ten allen tijd nabij en goed
in tegenheid en smart.
Veel wederwaardigheên,
veel rampen zijn des vromen lot,
maar uit die alle redt hem God:
Hij is zijn heil alleen.
Ds. A.J. Mensink.

Gods geheugen.Psalm 56 vers 9:”U hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik. Staan zij niet in Uw register?”
In deze Psalm komen we iemand tegen die het moeilijk heeft. De dichter David (die later koning is geworden) is door zijn vijanden (de Filistijnen) gevangen genomen en hij moet maar afwachten of hij daar levend uitkomt. En dan zegt hij bij zichzelf onder andere deze woorden. Dat zegt wat over David en dat zegt wat over God.
David heeft blijkbaar ondanks zijn gevangenschap een groot vertrouwen in God. Het gaat te ver om hier alles aan te halen, maar hij zegt later ook “Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen, wat zou mij de mens doen?” (vers 12) Ja, mensen kunnen je heel wat aandoen. Dat is nu nog steeds zo. Heel veel mensen moeten ten onrechte lijden, in het klein en in het groot. Ik hoef hier alleen maar misbruik en incest, oorlog en honger te noemen. Je zou als je gelovig bent, kwaad op God worden. Dat is menselijk en heel goed te begrijpen. Maar dat wordt David hier niet. Integendeel, je zou kunnen zeggen dat hij nog meer op God gaat vertrouwen in kwade dagen dan in goede dagen. Was David nou zo’n held of zo’n beste kerel dat hij hij het zo kon zeggen? Welnee, hij was ook maar een gewoon mens. Geloofs “helden”bestaan niet. Hoe kon hij het dan toch zeggen? Omdat de Heere God hem daartoe de kracht gaf. Dat zegt dus ook wat over God. God zelf heeft hem deze woorden in de mond gelegd.
In het het tekstgedeelte lezen we dat God de tranen van een gelovige in een kruik doet. Je kunt het ook vertalen met fles of lederen zak. Daarin werd in de oudheid water en wijn bewaard. Dat is natuurlijk menselijk over God gesproken maar wel waar. God neemt de tranen van de gelovigen die ten onrechte worden verdrukt in acht en houdt ze in waarde om te zijner tijd recht te doen. Ze worden in een register opgenomen - wij zouden nu zeggen een onuitwisbare harde schijf. God is dus niet een onpersoonlijke kracht die zich van de mensen niets aantrekt. Nee, Hij kent ieder mens persoonlijk en weet van moeite en verdriet, maar ook van onze verkeerde dingen - zonden. Dat kunnen we ons maar moeilijk voorstellen, want je ziet God niet en je hoort God niet en je denkt vaak dat je verder ook niets van Hem merkt. Maar wie in Hem gelooft mag toch weten dat Hij naar je omziet.
Daar komt nog bij dat God niet alleen recht doet aan iemand die wordt verdrukt, maar ook nog onze zonden wil vergeven. Hij doet er wel recht over, maar dan aan de Heere Jezus. Die is voor onze zonden gestorven en weer opgestaan uit de dood. Dan kun je ook zeggen wat David later nog zegt: “Want gij hebt mijn ziel gered van de dood”.
Deze Psalm zingen we ook vaak in de kerk. De tekst van vers 4 uit de Oude Berijming luidt als volgt:
Gij weet, o God, hoe ‘k zweven moet op aard’,
mijn tranen hebt G’ in uwe fles vergaard.
Is hun getal niet in uw boek bewaard,
niet op uw rol geschreven? Gewis,
dan zal mijn wreev’le vijand beven,
en als ik roep, straks rugwaarts zijn gedreven.
Dit weet ik vast: God zal mij nooit begeven,
niets maakt mijn ziel vervaard.
Flip Nota.
Volgende week hoen we weer een meditatie van Ds Mensink er neer te zetten.
Ik heb er zelf nog een gedicht over gemaakt die hoop ik maandag er op te zetten een fijne Zondag. De onderste foto. Zijn dezelfde kruiken als boven. Foto komt uit Denenmarken bij een kerkhof. Ik vond de foto afgelopen week.


Preken komen hier dus niet. Het worden Meditaties. De eerste a.s zondag en daarna komen ze hier op deze pagina. Ik hoop dat je ze fijn zult vinden. En als je hier niet wilt reageren mag het altijd via de mail aan de rechterkant. Groetjes klaske
21/09/2007 @ 17:04Hallo Klaske,
29/09/2007 @ 10:38Ben heel benieuwd naar de nieuwe meditaties.
Overdenkingen, opstekertjes en nadenkertjes om de nieuwe week in te gaan.
Lijkt me wel heel moeilijk als je een meditatie hoort in de kerk om die nadien goed op papier te reflecteren. Misschien krijgen jullie ( of jij speciaal voor je weblog) het zowizo uitgetypt mee naar huis?
Fijne zaterdag
Nee ze moeten uitgetypt worden Annemiek. En deze week lukte dat echt niet. Mijn exuus. Waarom uit typen. Ja onze dominee die doet heel veel zo uit het hoofd. De meditaties staan op papier. Maar geeft niet hoor. Ik vind het niet erg om het over te typen. Fijne zondag Annemiek.
29/09/2007 @ 10:47Jeetje Klas; dit is niet één maar twee meter tekst; en dan weet ik dat er nog een stuk achteraan komt. kHeb echt respect voor je dat je de moed hiervoor kan opbrengen, want dit is niet niks.
15/03/2008 @ 19:24kVind het trouwens wel een hele mooie- en goede preek dus ik ben blij dat je hem op je weblog zet.
Doe rustig aan!!!
Liefs van Elly
Reactie op preek 1e Paasdag;
Na de preek gelezen te hebben, een mooie- goed te begrijpen preek, begrijp ik je gedicht nog beter Klaske.
Dank je wel dat je het op je weblog hebt gezet.
30/03/2008 @ 09:03Liefs.
Ik zal wel als admin er op komen. Maar dank je wel Elly.
Het is best een heel werk om preken over te schrijven. Maar voorlopidg laat ik het hier even bij.
Liefs SHALOM!!! klaske
30/03/2008 @ 09:49